

Actueel
Rugklachten en hardlopen
Lage rugklachten komen relatief veel voor bij hardlopers. Deze pijnklachten kunnen door verschillende oorzaken ontstaan. Meestal is de houding waarmee gesport wordt niet correct of is er sprake van één of meer verkorte spiergroepen of een tekort aan kracht van de buik- en rugspieren.Oorzaken van rugklachten
Meestal is een samenspel van factoren verantwoordelijk voor het ontstaan van rugklachten:- Zware en/of eenzijdige belasting in de sport- of werksituatie.
- Een te snelle trainingsopbouw: rugklachten treden frequenter op als er in korte tijd te veel, te vaak en/of te hard wordt getraind. Met name heuveltraining en sprongkrachttraining zijn berucht. Als er spierversterkende oefeningen of krachttraining wordt uitgevoerd, is een juiste techniek hierbij zeer belangrijk.
- Lopen of springen op een harde ondergrond (asfalt, beton) met onvoldoende schokdempende en/of onvoldoende steunende schoenen.
- Verkorte spiergroepen: lage rugklachten kunnen worden verminderd of zelfs voorkomen als je spieren goed op lengte zijn.
- Te zwakke spiergroepen: om lage rugklachten te voorkomen is met name het goed op kracht zijn van de rugspieren, de buikspieren, de bilspieren en de bovenbeenspieren van belang.
- Houdingsafwijkingen: veel lopers hebben last van een versterkt holle stand (lordose) van de lage rug terwijl de bovenrug juist overmatig bol (hyperkyfose) staat.
- Standafwijking van met name bekken of de lage rug: dit is vaak veroorzaakt door een beenlengteverschil.
- (Geringe) standafwijkingen van de voeten (bijvoorbeeld knik-plat voeten).
Hoe voorkom je rugklachten?
- Warming-up
- Goede trainingsopbouw
- Spierversterkende oefeningen
- Juiste ondergrond
- Goede techniek
- Juiste sportschoenen
- Cooling down
Wat moet je doen als je al rugklachten hebt?
- Voer bovenstaande preventietips uit
- Pas de training aan
- Laat je masseren
- Vraag sportmedisch advies (SMA)
Publicatie in het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie
Lekker je wekelijks trainingsrondje maken en dan speelt plots een bekende blessure op. Met sportklachten die mensen al eerder hebben gehad, gaan ze direct naar de fysiotherapeut. Bij klachten die ze minder goed kunnen beoordelen, kiezen veel mensen voor de brede blik van de huisarts, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het Nivel in het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie.Sportblessure
Een groot deel van de mensen waardeert en gebruikt de keuzevrijheid om direct naar de fysiotherapeut te gaan zonder eerst de huisarts te raadplegen. Tegelijk is er ook een grote groep mensen die liever eerst een diagnose krijgt van de huisarts. De belangrijkste redenen om zonder tussenkomst van de huisarts naar de fysiotherapeut te gaan, zijn bekendheid met de klacht of een eerdere goede ervaring met de fysiotherapeut.Onderzoeker Chantal Leemrijse: “Je kunt je voorstellen dat mensen die in het weekend een sportblessure oplopen, zich ’s maandags direct bij de fysiotherapeut melden. Ze weten vaak wat er aan de hand is en willen graag snel geholpen worden. Hetzelfde geldt voor mensen met terugkerende rugklachten. Als zij een vorige keer met succes door de fysiotherapeut zijn behandeld, gaan ze niet eerst langs de huisarts voor een verwijzing.”
Huisarts kent je medische geschiedenis
De meest genoemde redenen om eerst de huisarts te raadplegen, zijn dat mensen het prettig vinden als hun huisarts eerst goed naar hun klachten kijkt en het feit dat de huisarts een goed overzicht heeft van al hun klachten. Leemrijse: “Met een onbekende aandoening, die mensen zelf niet goed kunnen inschatten, hebben ze liever dat de huisarts ernaar kijkt. Die kent immers je hele medische geschiedenis. Toch maakt bijna niemand zich zorgen dat de fysiotherapeut iets over het hoofd ziet.”Sinds januari 2006 is het mogelijk direct naar de fysiotherapeut te gaan, zonder tussenkomst van de huisarts. Een maatregel die niet alleen de werkdruk van de huisarts moest verlichten, maar ook de keuzevrijheid van patiënten vergroot. Uit eerder onderzoek is bekend dat vooral jonge, hoogopgeleide patiënten direct naar de fysiotherapeut gaan. Verder speelt de aard van de klacht hierbij een grote rol. Bij ieder gezondheidsprobleem overwegen mensen opnieuw of ze direct naar de fysiotherapeut zullen gaan.
De onderzoekers wilden inzicht in de bekendheid onder de Nederlandse bevolking van de directe toegang tot de fysiotherapie, en ze wilden inventariseren om welke redenen mensen zonder tussenkomst van de huisarts naar de fysiotherapeut gaan. De gegevens voor het onderzoek werden verzameld bij leden van het consumentenpanel gezondheidszorg en patiënten binnen de Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ).
In 2005 werden gemiddeld 50,5 per 1.000 ingeschreven patiënten door de huisarts doorverwezen naar fysiotherapie. Het zijn vooral patiënten boven de 45 jaar die worden verwezen. Kinderen worden betrekkelijk weinig verwezen.
